ANALE INTRAEPITHELIALE NEOPLASIE (AIN) home ICD10: K62.8

Anale intraepitheliale neoplasie (AIN) is een voorstadium van anuscarcinoom. Het wordt veroorzaakt door humaan papillomavirus (HPV), het zelfde virus dat ook condylomata acuminata veroorzaakt. De door dit virus geïnduceerde maligne veranderingen kunnen ook voorkomen op de penis (PIN, peniscarcinoom, vagina (VIN) en cervix (CIN). AIN is gegradeerd naar mate van de ernst van de plaveiselcelepitheel veranderingen in laaggradige AIN (LGAIN; AIN 1) of hooggradig AIN (HGAIN; AIN 2 en AIN 3).

Gradaties van anale intraepitheliale neoplasie

Verhoogd risico op anuskanker bij HIV en AIDS:
HIV-positieve mannen-die-seks-hebben-met-mannen (MSM) hebben een sterk verhoogd risico op ontwikkeling van anuscarcinoom, derhalve is screening op AIN gestart. Screening en behandeling van hooggradige voorstadia is nog niet bewezen effectief in het voorkomen van anuscarcinoom. Screening en behandeling vindt daarom het beste plaats in gespecialiseerde centra en in het kader van wetenschappelijk onderzoek. Er lopen momenteel grote RCTs die behandeling van HGAIN versus actief monitoren onderzoeken.

Klinisch beeld:
De AIN laesies zijn te herkennen aan witte verkleuringen (leukoplakie) en veranderingen van de textuur van het slijmvliesepitheel (verdikking, fluweelachtig oppervlak, punctatie, erosies). Intra- en perianale HGAIN laesies zijn asymptomatisch. Bij klachten van anale pijn en bloedverlies moet gezocht worden naar een alternatieve verklaring of diagnose, zoals: condylomata, trauma, SOA, fissuren en (getromboseerde) hemorroïden en anuscarcinoom. Bij pijnklachten zonder goede verklaring, bij iemand met HGAIN laesies, moet men beducht zijn op sampling error en verder onderzoek overwegen om maligniteit uit te sluiten.

Diagnostiek:
De gouden standaard is Hoge-Resolutie Anoscopie (HRA). Een ervaren anoscopist heeft meer dan 200 HRA’s verricht en gebruikt een colposcoop (tot 40x vergroting), een proctoscoop en contrastvergrotende kleuringen (azijnzuur 3-5% en Lugols oplossing) om het peri- en intra-anale slijmvlies te beoordelen. Afwijkend plaveiselcelepitheel met verdenking op HGAIN wordt gebiopteerd. Kenmerken van dysplasie zijn punctatie, atypische vaattekening, sterke azijnzuuraankleuring en negatieve Lugols kleuring.

AIN-1 (azijnzuur) AIN-1 (azijnzuur) AIN-1 (azijnzuur)
AIN-1 (azijnzuur) AIN-1 (lugol) AIN-2


PA:
Zie voor meer details de CAP LAST-criteria. Dysplastisch epitheel kan worden herkend met een p16 of E4 kleuring.
AIN 1 (LGAIN): virale kenmerken van HPV-infectie (o.a. koilocytose) of als maximaal 1/3e deel van het plaveiselcelepitheel dysplastische kenmerken vertoont. AIN 2: 2/3e deel van het epitheel ingenomen door dysplastische cellen. AIN 3: gehele epitheel ingenomen door dysplastische cellen. Bij doorbraak van dysplastische cellen door basaalmembraam is er sprake van invasiviteit en dus van carcinoom.

AIN-1 (anale intraepitheliale neoplasie graad 1)
AIN-1

AIN-2 (anale intraepitheliale neoplasie graad 2)
AIN-2

AIN-3 (anale intraepitheliale neoplasie graad 3)
AIN-3

Haematoxyline en eosine- (HE) gekleurde en p16-gekleurde preparaten van dysplastische gebieden van intra-anale condylomen in HIV-positieve MSM. (A) AIN 1 met ‘patchy’ p16 kleuring met zwakke intensiteit (vergroting 200x). (B) AIN 2 met matige intensiteit van p16 kleuring door de epidermis (vergroting 400x). (C) AIN 3 met sterke intensiteit van p16 kleuring.


Beleid:
Voor HIV-positieve MSM:
- AIN 1: expectatief en jaarlijkse controle HRA.
- AIN 2 en AIN 3: goed bespreken met patiënt: behandelen of actief monitoren.
Behandelen is niet altijd nodig, spontane regressie is beschreven in 2 kleine studies (20-30%). Behandeling is invasief, belastend en recidieven komen geregeld voor. Actief monitoren betekent half-jaarlijkse HRA en nieuwe en bekende HGAIN laesies biopteren. Halfjaarlijkse controle geeft geen garantie, tussen 2 controles kan een carcinoom ontstaan (intervalcarcinoom).

Therapie intra-anale en perianale AIN:
mes Electrocoagulatie.
mes Cryotherapie.
R/ trichloorazijnzuur 85% (TCA), laesionaal aanstippen met geringe hoeveelheid op de achterkant van houten wattenstok.
R/ Efudix (5-fluoro-uracil) 50 mg/g crème, 2 x per week aanbrengen (perianaal) of inbrengen (intra-anaal), ‘s ochtends schoonspoelen.
R/ Aldara (imiquimod) 50 mg/g, 3 x per week ½ sachet A.N. aanbrengen (perianaal) of inbrengen (intra-anaal), ‘s ochtends schoonspoelen.


patientenfolder folder over anale intraepitheliale neoplasie (AIN, anuskanker bij HIV)
patientenfolder folder over controle op anale intraepitheliale neoplasie (AIN)
patientenfolder folder over behandeling van anale intraepitheliale neoplasie (AIN)
patientenfolder veel gestelde vragen over anale intraepitheliale neoplasie (AIN)


Referenties
1. https://analcancerinfo.ucsf.edu/events/anchor-study.
2. Goddard SL, Templeton DJ, Petoumenos K, Jin F, Hillman RJ, Law C, Roberts JM, Fairley CK, Garland SM, Grulich AE, Poynten IM., Study for the Prevention of Anal Cancer (SPANC) Research Team. Association of anal symptoms with anal high grade squamous intraepithelial lesions (HSIL) among men who have sex with men: Baseline data from the study of the prevention of anal cancer (SPANC). Cancer Epidemiol 2019;58:12-16.
3. Siegenbeek van Heukelom ML, Richel O, de Vries HJ, van de Sandt MM, Beck S, van den Munckhof HA, Pirog EC, de Koning MN, Prins JM, Quint KD. Low- and high- risk human papillomavirus genotype infections in intra-anal warts in HIV- positive men who have sex with men. Br J Dermatol 2016;175(4):735-43.
4. Tong WW, Shepherd K, Garland S, Meagher A, Templeton DJ, Fairley CK, Jin F, Poynten IM, Zaunders J, Hillman RJ, Grulich AE, Kelleher AD, Carr A; Study of the Prevention of Anal Cancer (SPANC) team. Human papillomavirus 16-specific
T-cell responses and spontaneous regression of anal high-grade squamous intraepithelial lesions. J Infect Dis 2015;211(3):405-415.
5. Tong WW, Jin F, McHugh LC, Maher T, Sinclair B, Grulich AE, Hillman RJ, Carr A. Progression to and spontaneous regression of high-grade anal squamous intraepithelial lesions in HIV-infected and uninfected men. AIDS 2013;27(14):2233-2243.


Auteur(s):
dr. Thijs L. Siegenbeek van Heukelom. Aios dermatologie, Amsterdam UMC, Amsterdam.

31-10-2020 (TSH) - www.huidziekten.nl W3C-html-4.01-valid



Diagnosecodes:
ICD10 K62.8 Overige gespecificeerde aandoeningen van anus en rectum: anale intraepitheliale neoplasie I (AIN I)
ICD10 K62.8 Other specified diseases of anus and rectum: dysplasia of anus [AIN I]
SNOMED 401313006 Anal intraepithelial neoplasia grade I
DBC 17
spacer
Premaligne dermatosen

ICD10 K62.8 Overige gespecificeerde aandoeningen van anus en rectum: anale intraepitheliale neoplasie II (AIN II)
ICD10 K62.8 Other specified diseases of anus and rectum: dysplasia of anus [AIN II]
SNOMED 401312001 Anal intraepithelial neoplasia grade II
DBC 17
spacer
Premaligne dermatosen

ICD10 D01.3 Carcinoma in situ van anus of anaal kanaal (AIN III)
ICD10 D01.3 Carcinoma in situ of anus and anal canal
SNOMED 92531006 Carcinoma in situ of anal canal
DBC 17
spacer
Premaligne dermatosen