CANDIDA (CANDIDA INFECTIES VAN DE HUID, SLIJMVLIEZEN, HAREN EN NAGELS home ICD10: B37.9

Candida albicans en andere Candida soorten komen als normale commensaal voor in de mond, tr. digestivus, en vagina. Bij stoornissen in lokale of systemische afweer komt het tot infectie. Varianten: C. albicans, C. tropicalis, C. parapsilosis (endocarditis), C. guilliermondii, C. crusei. Zie ook onder KOH-preparaat.

Candida albicans Candida albicans Candida albicans
Candida albicans Candida albicans Candida albicans


CANDIDE: zie ook onder mykide reactie (mycide reactie).

Candide is de term voor een ide reactie, type IV reactie op Candida-allergeen. Er kan een eventueel een intracutane huidtest worden uitgevoerd, aflezen na 20 min (type I) en na 3-5 dagen. Betekenis van positieve of negatieve uitslag onduidelijk. Behandelen met lokale of systemische antimycotica (itraconazol). De ide-reactie (acrovesiculeus eczeem) kan aanvankelijk verergeren.
R/ antimycotica lokaal (zie onder lokale antimycotica).
R/ itraconazol 1 dd 1 caps à 100 mg gedurende 2 weken.
R/ fluconazol 150 mg per week of 50 mg per dag gedurende 2-4 weken.


CANDIDIASIS ANGULI ORIS: zie cheilitis angularis (anguli infectiosi).


CANDIDIASIS ANI

R/ Loprox (ciclopirox 1%) crème, tube à 30 g, of een andere imidazol crème (zie onder lokale antimycotica). dot
R/ itraconazol 1 dd 1 caps à 100 mg gedurende 2 weken (eliminatie darmreservoir).
R/ fluconazol 50-100 mg per dag gedurende 2-4 weken.
R/ sulfur praecipitatum 5% in pasta zinci oxidi FNA (magistraal, niet vergoed). magistraal dot


CANDIDA BALANOPOSTHITIS

Candida balanitis uit zich als jeuk en irritatie glans en praeputium, kleine vesiculae en erosies, vaak 2 dagen post coitum verdwenen. Zelden écoulement. Kan worden opgelopen van een partner met candida vulvovaginitis, in dat geval de partner meebehandelen. Cave diabetes.
R/ Loprox (ciclopirox 1%) crème, tube à 30 g, of een andere imidazol crème (zie onder lokale antimycotica). dot
R/ fluconazol 150 mg éénmalig.


CANDIDIASIS GENERALISATA (systemische candidiasis)

Systemische of invasieve candidiasis kan zich uiten als endocarditis, meningitis, intracranieel abces, sepsis, gastro-intestinale candidiasis, nierabces, U.W.I., papilnecrose, retina abces, glasvocht troebeling, candida pneumonie, arthritis, osteomyelitis, pustuleuze huidafwijkingen, myositis.
R/ fluconazol eerste dag 800 mg, vervolgens 400 mg dd gedurende 4-8 weken, doorgaan tot 2 weken na het verdwijnen van symptomen en negatief worden bloedkweken.
R/ itraconazol 1 dd 2 caps à 100 mg. Bij ernstige infectie eerste 4 dagen 3 dd 200 mg, daarna 2 dd 200 mg. Of itraconazol i.v. 2 dd 200 mg gedurende de eerste 2 dagen, daarna 1 dd 200 mg.
R/ amfotericine B i.v. Starten met 0.25 mg/kg/dag, zonodig verhogen tot 0.5-0.6 mg/kg/dag. Nooit meer dan 1.5 mg/kg. Eventueel 0.3 mg/kg/dag plus flucytosine.
R/ flucytosine i.v. vloeistof 10 mg/ml, 37.5 - 50 mg/kg lichaamsgewicht iedere 6 uur; dit komt overeen met 150-200 mg/kg/dag. De dosering zodanig kiezen dat de serumspiegels liggen tussen 25-50 microg/ml. Vooral bij langere perioden met serumspiegels >100 microg/ml is er een groter risico van beenmergdepressie. Bij urineweg candidiasis kan een dosering van 100 mg/kg per dag voldoende zijn. De behandelduur varieert van enkele weken (acute Candida-sepsis) tot vele maanden (subacute en chronische infecties). M.n. bij meningo-encefalitiden, endocarditiden en aspergillosen is combinatie met amfotericine B geïndiceerd.
R/ voriconazol tablet, omhuld 50 of 200 mg, poeder voor suspensie 40 mg/ml; 70 ml. Volwassenen en kinderen > 12 jr en ≥ 40 kg: oplaaddosis 400 mg om de 12 uur, gedurende de eerste 24 uur, gevolgd door een onderhoudsdosis van 2 dd 200 mg.
R/ voriconazol poeder voor infusievloeistof 200 mg. Volwassenen en kinderen ≥ 12 jaar (12 t/m 14 jaar met ≥ 50 kg lichaamsgewicht; 15 t/m 17 jaar ongeacht het lichaamsgewicht): oplaaddosis 2 dd 6 mg/kg i.v. gedurende de eerste 24 uur, daarna 2 dd 4 mg/kg. Indien deze dosering niet wordt verdragen, verlagen tot 2 dd 3 mg/kg.
R/ anidulafungine i.v. 200 mg op dag 1, gevolgd door 100 mg/dag. Behandelduur baseren op de klinische respons. In het algemeen doorgaan tot ten minste 14 dagen na de laatste positieve kweek.
R/ caspofungine i.v. Bij gewicht ≤ 80 kg: eerste dag 70 mg, gevolgd door 1 dd 50 mg; bij gewicht > 80 kg: eerste dag 70 mg, gevolgd door 1 dd 70 mg.


CANDIDIASIS INTERDIGITALIS (erosio interdigitalis)

R/ Loprox (ciclopirox 1%) crème, tube à 30 g, of een andere imidazol crème (zie onder lokale antimycotica). dot
R/ sulfur praecipitatum 5% in pasta zinci oxidi FNA (magistraal, niet vergoed). magistraal dot
R/ fluconazol 150 mg per week of 50 mg per dag gedurende 2-4 weken.


CANDIDIASIS INTERTRIGINOSA (intertrigo)

Drooghouden, gazen of lapjes scheurlinnen, goed wassen, nadrogen (föhnen).
R/ Loprox (ciclopirox 1%) crème, tube à 30 g, of een andere imidazol crème (zie onder lokale antimycotica). dot
R/ sulfur praecipitatum 5% in pasta zinci oxidi FNA (magistraal, niet vergoed). magistraal dot
R/ fluconazol 150 mg per week of 50 mg per dag gedurende 2-4 weken.

Candida intertrigo Candida intertrigo Candida intertrigo
candida intertrigo candida intertrigo eilandjes voor de kust


CANDIDA LUIERECZEEM

Drooghouden met goed absorberende luiers (Pampers), liefst niet-geparfumeerd (Libero), vaak genoeg verwisselen, goed wassen, preventief vet houden, b.v. met baby olie (Zwitsal). Geen steroïden geven. Zie verder onder luiereczeem.
R/ zinkoxidesmeersel (linimentum zinci oxidi FNA).
R/ sulfur praecipitatum 5% in pasta zinci oxidi FNA (magistraal, niet vergoed). magistraal dot
R/ Loprox (ciclopirox 1%) crème, tube à 30 g, of een andere imidazol crème (zie onder lokale antimycotica). dot
R/ Daktarin crème 2% 2 dd, of 10% zinkoxide in Daktarin crème (bij duidelijke Candida).


CANDIDIASIS MUCOCUTANEA CHRONICA (chronische mucocutane candidiasis)

Zeldzaam. Bij immuundeficiëntie. Zie onder gegeneraliseerde, orale en oropharyngeale candidiasis.
R/ fluconazol 50-100 mg per dag gedurende 2-4 weken.


CANDIDIASIS ORIS (SPRUW): zie onder spruw.

Bij volwassenen is candida normaal op het mondslijmvlies aanwezig in de vorm van gisten. Onder bepaalde omstandigheden kunnen de gisten overgaan in mycelia (hyphen) die de hoornlaag binnendringen en een ontstekingsreactie veroorzaken met een wit beslag. Orale candidiasis bij volwassenen ontstaat vaak bij een verminderde weerstand (immunosuppressiva, chemotherapie, HIV, stress), na een antibiotica kuur, bij diabetes, zwangerschap en bevalling, en soms na gebruik van hormoonpreparaten (waaronder OAC).

Candida albicans Candida albicans
Candida tong Candida mondholte

Therapie:
R/ miconazol orale gel, 20 mg/ml. 4 dd ½ maatlepel (2.5 ml) gel zolang mogelijk in mond houden, dan doorslikken. Behandeling voortzetten tot ten minste 1 week na het verdwijnen van de klachten.
R/ itraconazol 1 dd 100 mg gedurende 2 weken.
R/ nystatine suspensie 100.000 E/ml, 4 dd 4-6 ml. Zolang mogelijk in de mondholte houden, dan doorslikken (gevaarloos; doorgaan tot 48 uur na genezing).
R/ amfotericine B orale suspensie 100 mg/ml; 40 ml. 4 dd 1 ml orale suspensie, zonodig verhogen naar 4 dd 2 ml. Doorgaan tot 48 uur na genezing. Meestal is 7-15 dagen behandelen nodig.
R/ fluconazol 200-400 mg op de eerste dag, gevolgd door 1 dd 100-200 mg gedurende 1-3 weken. Profylactisch: 1 dd 100-200 mg of 3 x per week 200 mg.

Profylaxe bij recidiverende orale candidiasis bij patiënten met chronische immunosuppressie:
R/ fluconazol 100-200 mg 3 x per week voor onbepaalde periode.


CANDIDIASIS ORIS BIJ ZUIGELINGEN (spruw): zie onder spruw.

Behandeling van het kind:
Bij leeftijd < 4 maanden:
R/ nystatine orale suspensie (100.000E per ml) 4 dd 1 tot 2 ml, of na elke voeding 0,5 tot 1 ml (maximaal 8 ml/dag).
Nystatine orale suspensie kan ook preventief gebruikt worden bij pasgeborenen om spruw te voorkomen:
R/ nystatine orale suspensie (100.000E per ml) 1 dd 1 ml.
Bij leeftijd > 4 maanden:
R/ miconazol orale gel, 20 mg/ml (80 ml). Zuigelingen en kinderen (4 mnd - 2 jr): 4 dd ¼ maatlepel (= 1.25 ml) gel. Aanbrengen na elke borstvoeding en zonodig tussendoor (4 x per dag). De gel met een schone vinger goed uit smeren over de hele mondholte, niet te veel anders kan de zuigeling zich verslikken of de luchtpijp verstopt raken.

Behandeling van de moeder:
R/ Miconazol zalf 2% FNA. Na elke borstvoeding (2-4 x per dag) de zalf dun aanbrengen op en rond de tepels, daarvoor eerst de tepels goed afspoelen en afdrogen. Voor de borstvoeding tepels schoonmaken omdat sommige zalven bitter smaken - de baby drinkt dan niet.
R/ fluconazol caps à 50, 150 of 200 mg bij hardnekkige Candida-infecties van de borst. Start met 400 mg op dag 1, daarna 1 dd 100-200 mg gedurende 2-6 weken (afhankelijk van de ernst). Behandeling met lokaal antimycoticum eventueel continueren. Fluconazol komt in de moedermelk maar in een lage concentratie (niet schadelijk maar ook niet voldoende werkzaam voor spruw bij de baby). Baby dus ook behandelen met miconazol orale gel of nystatine gel.


CANDIDIASIS OESOFAGII (oesophageale/laryngeale Candidiasis)

Uitbreiding orale candidiasis bij verlaagde afweer zoals bij maligniteiten (lymfoma, leukemie), bij gebruik van immunosuppressiva, corticosteroïden, breed spectrum antibiotica, bij alcoholisme, diabetes, hypoparathyreoïdie, SLE, haemoglobinopathie, AIDS, oesofagusletsel, xerostomie, vitaminedeficiënties.
R/ nystatine suspensie, 100.000 E/ml, 4 dd 4-6 ml.
R/ itraconazol 1 dd 1 caps à 100 mg gedurende 2 weken.
R/ itraconazol drank 200 mg per dag gedurende 1-2 weken. Drank zo lang mogelijk (ca. 20 s) in de mond houden alvorens door te slikken. Na inslikken de mondholte niet met een andere vloeistof spoelen.
Bij fluconazol-resistente orale en/of oesofageale candidiase 200 mg 2 x per dag gedurende 2 weken, bij geen respons de behandeling nog 2 weken voortzetten.
R/ fluconazol 200-400 mg op de eerste dag, gevolgd door 1 dd 100-200 mg gedurende 14-30 dagen, zo nodig langer.
R/ amfotericine B i.v. 0.3 mg/kg/dag, 5-10 dagen in ernstige gevallen.

Profylaxe bij recidiverende oesofagale en orale candidiasis bij patiënten met chronische immunosuppressie:
R/ fluconazol 100-200 mg 3 x per week voor onbepaalde periode.


CANDIDIASIS PAPILLOMATOSA ET KERATOTICA ADULTORUM


CANDIDIASIS PARONYCHII (paronychia chronica t.g.v. Candida)

Barrièrefunctie vaak gestoord door veel wassen (huishoudelijk werk) en daardoor secundaire infectie met gisten en/of bacteriën. Al of niet met nagelafwijkingen. Droog houden.
R/ Daktarin (miconazol 2%) tinctuur 30 ml op de nagel. dot
R/ Loprox (ciclopirox 1%) crème op de nagelwal, tube à 30 g, of een andere imidazol crème (zie onder lokale antimycotica). dot
R/ fluconazol 150 mg per week of 50 mg per dag gedurende 2-4 weken, bij tinea pedis zonodig 6 weken.
R/ gentiaanviolet 1% in alcohol (Gentiaanviolet oplossing 1% FNA). Maakt alles paars, vlekt.
R/ sulfacetamide 15% in spiritus ketonatus dilutum 70%. Nagel mee penselen; ook tegen pseudomonas.

Candida paronychia en onychomycose Onychomycose
onychomycose (Candida) onychomycose (PA)


CANDIDA URETHRITIS

R/ fluconazol 200-400 mg per dag gedurende 7-21 dagen, zo nodig langer.
R/ itraconazol 2 dd 1 caps à 100 mg gedurende 14 dagen. Tevens urine aanzuren met:
R/ vitamine C (4 dd 2 tab à 500 mg) of amandelzuur (ammoniumamygdalaat drank FNA) 4 dd 20-30 ml.


CANDIDIASIS VULVAE (Candida vulvovaginitis): zie onder Candida vulvovaginitis.
R/ Canesten gyno 3 (clotrimazol). Tablet voor vaginaal gebruik 200 mg; 3 stuks + applicator. Gedurende 3 dagen een vaginale tablet à 200 mg inbrengen.
R/ Gyno-Daktarin-3 (miconazol), gedurende 3 dagen één caps à 400 mg inbrengen.
R/ Loprox (ciclopirox 1%) crème, tube à 30 g, of een andere imidazol crème op perivaginale huid, perineum en perianaal gebied aanbrengen (zie onder lokale antimycotica). dot
R/ fluconazol éénmalig 1 caps à 150 mg.
R/ itraconazol 2 dd 200 mg per dag (2 dd 2 caps à 100 mg) gedurende 1 dag, of 200 mg per dag gedurende 3 dagen. Bij acute infecties 2 maal 2 caps à 100 mg met tussenpoos van 10-12 uur.


Auteur(s):
dr. Jan R. Mekkes. Dermatoloog, Amsterdam UMC.

23-11-2021 (JRM) - www.huidziekten.nl W3C-html-4.01-valid



Diagnosecodes:
ICD10 B37.9 Candidiasis, niet gespecificeerd
ICD10 B37.9 Candidiasis, unspecified
SNOMED 78048006 Candidiasis
DBC 4
spacer
Dermatosen door micro-organismen

ICD10 B37.4 Candidiasis van overige urogenitale lokalisaties: balanitis
ICD10 B37.4 Candidiasis of other urogenital sites: balanitis
SNOMED 52643007 Candidal balanitis
DBC 4
spacer
Dermatosen door micro-organismen

ICD10 L30.2 Cutane autosensibilisatie (mykide-reactie)
ICD10 L30.2 Cutaneous autosensitization: mykid reaction
SNOMED 30668009 Allergy-sensitivity to fungi syndrome
DBC 6
spacer
Eczeem contactallergisch

ICD10 B37.8 Candidiasis van overige gespecificeerde lokalisaties: candidiasis anguli oris
ICD10 B37.8 Candidiasis of other sites: Candidal cheilitis
SNOMED 278521000 Candida angular cheilitis
DBC 4
spacer
Dermatosen door micro-organismen

ICD10 B37.8 Candidiasis van overige gespecificeerde lokalisaties: candidiasis van proctum
ICD10 B37.8 Candidiasis of other sites: Candidal proctitis and enteritis
SNOMED 52914002 Anal candidiasis
DBC 4
spacer
Dermatosen door micro-organismen

ICD10 B37.4 Candidiasis van overige urogenitale lokalisaties: balanitis
ICD10 B37.4 Candidiasis of other urogenital sites: balanitis
SNOMED 52643007 Candidal balanitis
DBC 4
spacer
Dermatosen door micro-organismen

ICD10 B37.8 Candidiasis van overige gespecificeerde lokalisaties: gegeneraliseerde candidiasis
ICD10 B37.8 Candidiasis of other sites: Generalised candidiasis
SNOMED 70572005 Disseminated candidiasis
DBC 4
spacer
Dermatosen door micro-organismen

ICD10 B37.0 Candida-stomatitis
ICD10 B37.0 Candidal stomatitis
SNOMED 79740000 Candidiasis of mouth
DBC 4
spacer
Dermatosen door micro-organismen

ICD10 B37.8 Candidiasis van overige gespecificeerde lokalisaties: oesofagus
ICD10 B37.8 Candidiasis of other sites: Candidal esophagitis
SNOMED 20639004 Candidiasis of the esophagus
DBC 4
spacer
Dermatosen door micro-organismen

ICD10 B37.2 Candidiasis van huid en nagel
ICD10 B37.2 Candidiasis of skin and nail
SNOMED 187017007 Candidal paronychia
DBC 4
spacer
Dermatosen door micro-organismen

ICD10 B37.3 Candidiasis van vulva en vagina
ICD10 B37.3 Candidiasis of vulva and vagina
SNOMED 72605008 Candidal vulvovaginitis
DBC 4
spacer
Dermatosen door micro-organismen