FERGUSON-SMITH DISEASE home ICD10: D23.9

Ferguson-Smith disease (multiple self-healing squamous epithelioma, self-healing multiple keratoacanthoma) is een zeldzame autosomaal dominant erfelijke aandoening waarbij multipele op plaveiselcelcarcinomen maar soms ook enigszins op keratacanthomen lijkende tumoren ontstaan overal op het lichaam. De laesies ontwikkelen zich van een rode macula tot een papel, die groter wordt, meestal ulcereert, en vervolgens weer verdwijnt, een litteken achterlatend. Het beeld is voor het eerst in 1934 beschreven door de naamgever prof. James Ferguson-Smith, een dermatoloog in Schotland. Later zijn nog circa 100 gevallen beschreven, bijna allemaal afkomstig uit Schotland, door de geneticus Malcolm A. Ferguson-Smith, zoon van de dermatoloog. Deze geneticus heeft ook ontrafeld dat het gen moest liggen op chromosoom 9q22.3, en dat het gaat om een mutatie in het gen voor transforming growth factor beta 1 receptor (TGFBR1). Inmiddels zijn ook gevallen beschreven in Engeland, Denemarken, Frankrijk, Italië, VS, Japan, en in Nederland.

TGFBR1 vormt samen met TGFBR2 de transmembraan receptor voor TGF-β. Het signaal wordt overgebracht als een dimeer van TGF-β bindt aan TGFBR1/TGFBR2. TGF-β remt normaliter celgroei, maar maar kan ook de groei van late stadia van kanker juist stimuleren. Dit kan gebeuren in keratinocyten wanneer het normaal functionerende TGFBR1 allel wordt uitgeschakeld. Bij patiënten die behandeld worden met de BRAF remmer sorafenib kunnen ook goed gedifferentieerde plaveiselcelcarcinomen en keratoacanthomen ontstaan die klinisch en histologisch sterk lijken op multiple self-healing squamous epithelioma. Er zijn aanwijzingen dat dit via dezelfde TGF-β receptor verloopt. Na het staken van de BRAF remmer verdwijnen deze tumoren weer.

Klinisch beeld:
De aandoening manifesteert zich in de meeste gevallen vanaf 34 jaar bij vrouwen en vanaf 41 jaar bij mannen. Het aantal tumoren is variabel, soms maar enkele en soms meer dan 100. Ze kunnen mutilerende littekens achterlaten, zowel door spontane resolutie als door de vele excisies die worden verricht. De tumoren ontstaan spontaan, op normale huid. Vaak eerst een rode macula, daarna een papel die snel groeit tot een tumor. Meestal zit er een hoornplug in, die er op een gegeven moment uitvalt waarna centraal een ulcus ontstaat, terwijl de randen nog staan. De laesies kunnen enkele maanden persisteren en gaan dan spontaan in regressie, een litteken achterlatend. Er kunnen in een sneller tempo tumoren bijkomen dan er in regressie gaan. Op de onderbenen zijn ze vaak groot (tot 7cm) en laten grote maar vlakke littekens achter. Klinisch lijken de laesies zowel op keratoacanthomen als op goed gedifferentieerde plaveiselcelcarcinomen. Soms is het oppervlak wat verruceus. De voorkeursplaatsen zijn de neus, oren, periorale regio, extremiteiten. Er lijkt een relatie te zijn met UV-expositie. Ook na radiotherapie, gegeven als behandeling voor multiple self-healing squamous epithelioma, kunnen meerdere nieuwe ontstaan in het bestraalde gebied. De romp is minder vaak aangedaan, maar het kan wel. Palmoplantair komen ze niet voor, daarom denkt men dat de tumoren uitgaan van haarfollikels. De tumorcellen kunnen locaal ingroeien tot in spierweefsel, en via de lymfbanen ingroeien tot in de lymfklieren; dit onderscheidt de laesies van keratoacanthoom. Metastasen op afstand naar organen komt echter niet voor, en er zijn ook geen sterfgevallen beschreven.

PA:
De histologie lijkt bij vroege laesies sterk op een goed gedifferentieerd plaveiselcelcarcinoom, met uitlopertjes in de dermis omgeven door een lymfocytair infiltraat. Later ontstaat centrale keratinisatie en de vorming van een centrale hoornplug of krater, en ulceratie die geneest met fibrose in de dermis.

DD: goed gedifferentieerd plaveiselcelcarcinoom, keratoacanthoom.

Diagnostiek:
Biopt. Het TGFBR1 gen kan worden bepaald d.m.v. DNA-diagnostiek, o.a. in Rotterdam (zie formulier DNA-diagnostiek Erasmus). Het is beter om naar de klinisch geneticus te verwijzen, omdat die ook de familie kan analyseren en adviseren.

Therapie:
Indien de diagnose is gesteld, op basis van klinisch beeld, familieanamnese, histologie en DNA onderzoek, dan is het een optie om niets te doen omdat de laesies immers spontaan weer verdwijnen. Indien nodig kunnen ze worden verwijderd met een krappe marge van 3-5 mm of behandeld met curettage en coagulatie. Radiotherapie wordt afgeraden (induceert nieuwe laesies). Acitretine is mogelijk ook werkzaam.
mes Excisie.
mes Curettage en coagulatie.
R/ Neotigason (acitretine) 1 dd 10 mg.


Referenties
1. Ferguson-Smith J. A case of multiple primary squamous-celled carcinomata in a young man, with spontaneous healing. Br J Dermatol 1934;46:267-272.
2. Ferguson-Smith J. Multiple, primary self-healing squamous epithelioma of the skin. Br J Dermatol 1948;60:315-318.
3. Ferguson-Smith MA, Goudie DR. Digenic/multilocus aetiology of multiple self-healing squamous epithelioma (Ferguson-Smith disease): TGFBR1 and a second linked locus. Int J Biochem Cell Biol 2014;53:520-525. PDF
4. Goudie DR, Yuille MAR, Leversha MA, Furlong RA, Carter NP, et al. Multiple self-healing squamous epitheliomata (ESS1) mapped to chromosome 9q22-q31 in families with common ancestry. Nat Gene 1993;3:165-169.
5. Goudie DR, D’Alessandro M, Merriman B, Lee H, Szeverenyi I, Avery S, et al. Multiple self-healing squamous epithelioma is caused by a disease-specific spectrum of mutations in TGFBR1. Nat Genet 2011;47:365-369.
6. Kang HC, Quigley DA, Kim IJ, Wakabayashi Y, Ferguson-Smith MA, D’Alessandro M, et al. Multiple self-healing squamous epithelioma (MSSE): rare variants in an adjacent region of chromosome 9q22.3 to TGFBR1 mutations suggest a digenicor multilocus etiology. J Invest Dermatol 2013;133:1907-1910.
7. Robertson SJ, Bashir SJ, Pichert G, Robson A, Whittaker S. Severe exacerbation of multiple self-healing squamous epithelioma (Ferguson-Smith disease) with radiotherapy, which was successfully treated with acitretin. Clin Exp Dermatol 2010;35:100-102.


Auteur(s):
dr. Jan R. Mekkes. Dermatoloog, AMC, Amsterdam.

14-01-2021 (JRM) - www.huidziekten.nl W3C-html-4.01-valid



Diagnosecodes:
ICD10 D23.9 Overige benigne neoplasma van huid, niet gespecificeerd: Ferguson-Smith disease
ICD10 D23.9 Other benign neoplasms of skin, unspecified: Ferguson-Smith disease
SNOMED 254659009 Multiple self-healing epithelioma of Ferguson-Smith
DBC 3 Benigne tumoren
web counter