FAMILIAL COLD AUTOINFLAMMATORY SYNDROME (FCAS) home ICD10: M04.8

Familial cold autoinflammatory syndrome (FCAS, familiaire koude urticaria, familiaire polymorfe koude eruptie) is een zeldzame auto-inflammatoire aandoening, behorend tot de subgroep periodieke koorts syndromen. Tot deze subgroep, ook wel cryopyrin-associated periodic syndromes (CAPS) genoemd, behoren ook het Muckle-Wells syndroom en neonatal-onset multisystem autoinflammatory disease (synoniem: chronic infantile neurological cutaneous articular syndrome (CINCA)). Zie ook het overzicht auto-inflammatoire aandoeningen.

Klinisch beeld:
Bij het familiale koude auto-inflammatoire syndroom kunnen huidafwijkingen voorkomen, namelijk een aanvalsgewijs optredende jeukende, branderige huiduitslag, in combinatie met koorts en pijnlijke gewrichten. Deze klachten kunnen worden uitgelokt door blootstelling aan koude. Het kan ontstaan binnen 10 minuten maar ook pas na 8 uur. De huiduitslag begint meestal aan de armen en de benen en breidt vervolgens uit naar de romp en de rest van het lichaam. Meestal is het een maculeus of papuleus erytheem, of urticaria, soms worden ook petechiën gezien. De koorts kan enkele uren tot enkele dagen aanhouden. Andere klachten tijdens een aanval kunnen zijn spierpijn, hoofdpijn, malaise, zweten, dorst, misselijkheid en conjunctivitis. Het syndroom is autosomaal dominant overerfelijk en veroorzaakt meestal al vanaf het eerste levensjaar of zelfs al vanaf de geboorte klachten.

Pathogenese:
FCAS wordt veroorzaakt door mutaties in het NLRP3 (of NLRP12) gen. NLRP3 (NOD-, LRR- and pyrin domain-containing protein 3) is een intracellulair eiwit, onderdeel van het innate immune system, dat in staat is om signalen (moleculaire patronen) te herkennen die ontstaan bij infectie, celschade, of irriterende chemicaliën. Bij activatie ontstaat het NLRP3 inflammasoom, en daardoor, via een mechanisme waar caspase-1 bij betrokken is, komen de pro-inflammatoire cytokines IL-1β en IL-18 vrij. En gaan cellen in apoptose (celdood, gasdermin D-mediated pyroptotic cell death). Het is niet precies bekend via welk mechanisme de mutatie leidt tot gevoeligheid voor koude.

DD: koude urticaria, andere cryopyrin-associated periodic syndromes zoals Muckle-Wells syndroom (met doofheid) en neonatal-onset multisystem autoinflammatory disease, andere koude-geïnduceerde aandoeningen.

Diagnostiek:
De diagnose wordt gesteld op het klinisch beeld. Er zijn 6 criteria geformuleerd, bij 4 of meer is de diagnose waarschijnlijk:
recidiverende perioden van koorts en exanthemen na blootstelling aan koude
autosomaal dominant
begonnen voor leeftijd van 6 maanden
duur van de aanvallen meestal < 24 uur
conjunctivitis tijdens aanvallen
afwezigheid van doofheid, zwellingen rond de ogen, lymfadenopathie en serositis

In aanvulling op de kliniek kan er DNA diagnostiek worden gedaan. Het is gebruikelijk om de patiënt hiervoor te verwijzen naar de klinisch geneticus.

Therapie:
Voorkomen van blootstelling aan kou. Bij aanvallen rust houden en warm houden, vaak ook kortdurend systemische steroïden. Omdat de klachten bij het familial cold autoinflammatory syndrome vooral ontstaan door het vrijkomen van interleukine 1 (IL-1) kan het worden behandeld met interleukine-1 receptor antagonisten zoals anakinra, canakinumab, en rilonacept.

R/ NSAID.
R/ prednisolon 1 dd 0.5-1 mg/kg kortdurend tijdens aanvallen.
R/ Ilaris (canakinumab), 150 mg subcutaan iedere 8 weken bij gewicht > 40 kg; 2 mg/kg bij gewicht tussen 15 en 40 kilo. Bij onvoldoende effect na 7 dagen kan een tweede injectie worden gegeven. Soms is 300 mg c.q. 4 mg/kg nodig elke 8 weken.
R/ Kineret (anakinra). Volwassenen en kinderen ≥ 8 maanden en ≥ 10 kg lichaamsgewicht: begindosis 1-2 mg/kg/dag s.c. Bij lichte vorm van CAPS (FCAS, licht MWS) kan de begindosering vaak als onderhoud worden gehandhaafd. Bij ernstige CAPS (MWS en NOMID/CINCA) kunnen binnen 1-2 maanden hogere doses nodig zijn; de gebruikelijke onderhoudsdosering is 3-4 mg/kg/dag, tot maximaal 8 mg/kg/dag.
R/ Regeneron (rilonacept). Startdosis: 320 mg (4.4 mg/kg) s.c., daarna 1 keer per week 160 mg (2.2 mg/kg). Niet meer in Nederland geregistreerd.


Referenties
1. Ross JB, Finlayson LA, Klotz PJ, Langley RG, Gaudet R, Thompson K, Churchman SM, McDermott MF, Hawkins PN. Use of anakinra (Kineret) in the treatment of familial cold autoinflammatory syndrome with a 16-month follow-up. J Cutan Med Surg 2008;12(1):8-16.
2. Goldbach-Mansky R, Shroff SD, Wilson M, Snyder C, Plehn S, Barham B, Pham TH, Pucino F, Wesley RA, Papadopoulos JH, Weinstein SP, Mellis SJ, Kastner DL. A pilot study to evaluate the safety and efficacy of the long-acting interleukin-1 inhibitor rilonacept (interleukin-1 Trap) in patients with familial cold autoinflammatory syndrome. Arthritis Rheum 2008;58(8):2432-2442.
3. Walsh GM. Canakinumab for the treatment of cryopyrin-associated periodic syndromes. Drugs Today (Barc) 2009;45(10):731-735.
4. Soriano A, Soriano M, Espinosa G, Manna R, Emmi G, Cantarini L, Hernández- Rodríguez J. Current Therapeutic Options for the Main Monogenic Autoinflammatory Diseases and PFAPA Syndrome: Evidence-Based Approach and Proposal of a Practical Guide. Front Immunol 2020;11:865. PDF


Auteur(s):
dr. Jan R. Mekkes. Dermatoloog, Amsterdam UMC.

19-12-2021 (JRM) - www.huidziekten.nl W3C-html-4.01-valid



Diagnosecodes:
ICD10 M04.2 Cryopyrine-geassocieerde periodieke koorts syndromen: familial cold autoinflammatory syndrome (FCAS)
ICD10 M04.2 Cryopyrin-associated periodic fever syndromes: familial cold autoinflammatory syndrome (FCAS)
SNOMED 238687000 Familial cold urticaria
DBC 13 Inflammatoire dermatosen