NEFROGENE SYSTEMISCHE FIBROSE home ICD10: M34.2

Nefrogene systemische fibrose (nefrogene fibroserende dermopathie) is een verworven aandoening gekenmerkt door fibrosering van de huid en interne organen, die beschreven is bij patiënten met een ernstige nierfunctiestoornis, meestal dialyse patiënten. De aandoening is relatief nieuw, voor het eerst beschreven in 2000. Uit epidemiologisch onderzoek kwam naar voren dat nefrogene systemische fibrose wordt veroorzaakt door gadolinium (Gd) houdende contrastmiddelen die gebruikt worden bij magnetische resonantie angiografie (MRA) en bij MRI.

Bij de meeste patiënten is de aandoening ontstaan na toediening van gadodiamide (Omniscan). Van de in Nederland goedgekeurde gadoliniumhoudende contrastmiddelen is de ontwikkeling van nefrogene systemische fibrose ook beschreven na toediening van gadopentetinezuur (Magnevist). NSF is tot op heden niet beschreven na toediening van de biologisch stabielere middelen gadobeenzuur, gadobutrol, gadofosveset, gadoxetinezuur, gadoteridol en gadoteerzuur.

Klinisch beeld:
Nefrogene systemische fibrose ontwikkelt zich over een periode van dagen tot weken met huidverdikking en -verharding. Soms zijn er bruine of rode huidverkleuringen en gewrichtscontracturen, spierzwakte en gedissemineerde pijn. De huidafwijkingen zijn meestal symmetrisch gedistribueerd, voorkomend aan de onderarmen en aan de onderbenen. Soms zijn er ook afwijkingen op de romp en op de nates zichtbaar. Het hoofd-halsgebied is zeer zelden aangedaan. Typische huidafwijkingen bestaan uit gehyperpigmenteerde, verharde en verdikte plaques die klinisch gelijkenissen vertonen met scleromyxoedeem of sclerodermie. Door deze huidveranderingen is de beweeglijkheid van de gewrichten ernstig beperkt, met contracturen van gewrichten en progressieve invaliditeit tot gevolg. Ook kan fibrosering ontstaan in interne organen: longen, oesofagus, myocard, dwarsgestreepte spieren, nieren, testes, dura en diafragma.

PA:
Uitgebreide, dikke dermale collageenbundels reikend tot in het subcutane vetweefsel, met spoelcellen die positief aankleuren voor CD34. Deze CD34-positieve cellen representeren dermale fibrocyten. Geringe interstitiële mucinedepositie en minimale inflammatie. Het beeld lijkt op jong littekenweefsel.

DD:
Scleromyxoedeem, systemische sclerodermie, scleroedema, pretibiaal myxoedeem, lipodermatosclerose, eosinofiele fasciitis, pseudosclerodermie door blootstelling aan toxische stoffen.

Therapie:
Moeilijk te behandelen, het kan mogelijk verbeteren bij verbetering van de nierfunctie (frequente dialyse, donornier). Weinig succesvol waren systemische steroïden, intraveneuze immunoglobulinen, thalidomide, pentoxyfylline en lichttherapie, extracorporele fotoferese, plasmaferese.

De Amerikaanse Food and Drug Administration (FDA) adviseert om beperkt gebruik te maken van gadoliniumhoudende contrastmiddelen bij patiënten met een matige tot ernstige nierinsufficiëntie. Andere contrastmiddelen of alternatieve beeldvormende diagnostiek zoals echo, CT en MRA zonder contrastmiddelen hebben de nadrukkelijke voorkeur. Indien patiënten met nierinsufficiëntie toch blootgesteld worden aan gadolinium, moet direct na blootstelling hemodialyse plaatsvinden om de kans op het ontstaan van NSF te minimaliseren.


Referenties
1. van der Meij N, Keur I, van Lienden KP, Scheepstra CG, Bos JD. Nefrogene systemische fibrose, mogelijk veroorzaakt door gadoliniumhoudend contrastmiddel. Ned Tijdschr Geneeskd 2007;151:2898-2903.
2. Cowper SE, Robin HS, Steinberg SM, Su LD, Gupta S, LeBoit PE. Scleromyxoedema-like cutaneous diseases in renal-dialysis patients. Lancet 2000;356:1000-1001.
3. Gibson SE, Farver CF, Prayson RA. Multiorgan involvement in nephrogenic fibrosing dermopathy: an autopsy case and review of the literature. Arch Pathol Lab Med 2006;130:209-212.
4. Daram SR, Cortese CM, Bastani B. Nephrogenic fibrosing dermopathy/nephrogenic systemic fibrosis: report of a new case with literature review. Am J Kidney Dis 2005;46:754-759.
5. Marckmann P, Skov L, Rossen K, Dupont A, Damholt MB, Heaf JG, et al. Nephrogenic systemic fibrosis: suspected causative role of gadodiamide used for contrast-enhanced magnetic resonance imaging. J Am Soc Nephrol 2006;17:2359-2362.
6. Boyd AS, Zic JA, Abraham JL. Gadolinium deposition in nephrogenic fibrosing dermopathy. J Am Acad Dermatol 2007;56:27-30.


Auteur(s):
Noortje van der Meij. Dermatoloog, Isala Ziekenhuis, Zwolle
dr. Jan R. Mekkes. Dermatoloog, Amsterdam UMC.

01-05-2022 (NVM / JRM) - www.huidziekten.nl W3C-html-4.01-valid



Diagnosecodes:
ICD10 M34.2 Systemische sclerose, geïnduceerd door geneesmiddel of chemische stof: nefrogene systemische fibrose
ICD10 M34.2 Systemic sclerosis induced by drugs and chemicals: nephrogenic systemic fibrosis
SNOMED 424114000 Nephrogenic systemic fibrosis
DBC 27 Diagnose niet nader omschreven